Historisch

1. Keulen & de Benrather Bierbörse, 2003
2. Great British Beer Festival 2003
3. Bamberg, Keulen en nog een Bierbörse, 2004
4. GBBF 2004


Weekeindje Keulen & Benrather Bierbörse, 2-3 augustus 2003

Nadat in de voorgaande jaren al vele Belgische bierfestivals bezocht waren werd het tijd om ook eens in Duitsland te gaan kijken. De Bierbörse in Düsseldorf-Benrath kwam daarvoor in aanmerking. Natuurlijk was een dagtocht ook mogelijk geweest, maar het zou leuker zijn om iets meer tijd te nemen en wat verder rond te kijken. Daarbij ging de voorkeur uit naar Keulen. In de zomermaanden zijn er soms gunstige aanbiedingen van hotels, waardoor de overnachtingsprijs per persoon niet te hoog oploopt. En via internet was het inderdaad eenvoudig te regelen. Een overnachting van zaterdag op zondag betekent ook dat je voldoet aan de voorwaarden voor goedkope treinkaartjes (superretour apex-7), en dan is er nog de samenreiskorting. Op die manier zijn reis, overnachting en ontbijt in ieder geval heel betaalbaar.

Het reisgezelschap, bestaande uit Corné, Hans, Jan en Richard verzamelt zaterdagmiddag op station Leiden. Eerst boemelen we naar Utrecht, daarvandaan is het 2 uurtjes per ICE naar Keulen. Van het Hauptbahnhof te voet naar het hotel, waarbij diverse bezienswaardigheden al vluchtig bekeken kunnen worden. Na het inchecken en een kort bezoek aan de kamers maken we een begin met onze Kölsch-tour. We bezoeken met name diverse gelegenheden op en rond de Alte Markt, alsmede de Malzmühle vlakbij ons hotel. Voor drie van de vier is dit een eerste kennismaking met Keulen en Kölsch, en het bevalt goed. De hoge temperaturen van deze zeer warme zomer zorgen voor de nodige dorst, en Kölsch, steeds vers geserveerd in kleine glazen (0,2 liter) smaakt dan zeer goed. De subtiele verschillen tussen de diverse merken zorgen dat we steeds opnieuw zorgvuldig proeven; een tweede glas wordt dan eventueel wat meer als dorstlesser gedronken.

De volgende morgen doen we ons tegoed aan het zeer uitgebreide ontbijtbuffet. Aldus gesterkt verlaten we het hotel, wandelen naar het station met nog een kort bezoekje aan de Dom, en nemen een sneltrein die ook stopt op station Düsseldorf-Benrath. Slechts 200 meter van het station staan al de eerste stands. We lopen de hele voetgangerszone af om een idee te krijgen van wat er allemaal te halen is. Het ziet er veelbelovend uit! We beginnen aan het uiteinde met proeven en werken vervolgens in een rustig tempo de stands af. Daar de serveergrootte tot een halve liter kan zijn haalt iedereen steeds een ander bier, en laten we de glazen rondgaan. Met wat te eten tussendoor (waar we niet heel vroeg mee hoefden te beginnen, we hadden immers een zeer goede bodem gelegd…..) kunnen we zo voorkomen dat de alcohol de overhand krijgt. Daarbij is het meegenomen dat de meeste bieren niet veel meer dan 5 vol% alcohol bevatten. Met de heersende temperaturen heb je ook niet zoveel trek in een Bock, en een Doppelbock komt al helemaal niet in aanmerking.

Aan het eind van de middag zijn we weer terug bij het station, en reizen terug naar Keulen waar we op de ICE naar Nederland wachten. Als we instappen blijkt dat de airco in de wagon waar onze plaatsen zijn is uitgevallen. Gelukkig vinden we vrijwel meteen goede plaatsen in een aangrenzende wagon, in een kleine coupe waar we gevieren alle ruimte hebben. Onderweg bespeuren we wel enige nadorst, zodat de aangeschafte flessen mineraalwater goed van pas komen. Het reisje is goed bevallen, en we kunnen ons nu gaan opmaken voor de reis naar Londen en het GBBF die een paar dagen later zal plaatsvinden.


Bezoek aan het Great British Beer Festival, Londen 7-9 augustus 2003

Een vijftal Leidse Bierproevers verzamelen zich op Leiden Centraal voor de treinreis naar Schiphol (Corné, Hans, Jan, Jos en Richard). Op het vliegveld treffen we Mark die net van vakantie is teruggekeerd. Wij zessen staan geboekt voor de vlucht van 09.30 naar Londen Gatwick, die gelukkig goed op tijd is. Gatwick heeft ook goede spoorwegaansluitingen, en we komen vrij vlot aan in Victoria Station. Hier kopen we dagkaarten voor de Underground en gaan eerst naar het hotel nabij Earl’s Court. Na het inchecken reizen we met de metro verder richting Wimbledon, stappen uit net voor de trein de Theems oversteekt. Dat doen wij te voet om na een korte wandeling een door Hans uitgekozen pub te bereiken. Hier nuttigen we een stevige lunch en laven ons aan de eerste real ales. Dan wandelen we verder door Wandsworth naar Young’s waar we afgesproken hebben voor een rondleiding. Deze is voor het algemene publiek, dus voor ons iets te algemeen en oppervlakkig, maar dat mag de pret niet drukken. De rondleidster weet het basisverhaal goed te brengen, en ze ziet er niet slecht uit (laat de naam Claire maar eens vallen in bepaald gezelschap), maar voor haar is het hoogtepunt van de tour het bezoek aan de stallen, waar we ook de brouwerij-mascotte (de ram) kunnen zien. Daarna nog een glas in de brewery tap, met de mogelijkheid om souveniers aan te schaffen.

We wandelen op ons gemak verder naar een metrostation. Het wordt zo langzamerhand tijd om naar Olympia te gaan, naar het festival. Dit heeft zelfs een eigen metrostation. Binnen aangekomen valt allereerst op hoe groot dit festival eigenlijk wel is. De hoofdhal is enorm, en er zijn nog twee hallen, een niet veel kleinere opzij, en nog eentje achter de hoofdhal. Er zijn honderden real ales van het vat verkrijgbaar, vele tientallen ciders en perrys, plus vele buitenlandse bieren en ook nog eens diverse gebottelde ales. Voor ons is bijna alles nieuw, dus je begint zo maar ergens en ziet wel waar je uitkomt. De bieren worden in vrij grote hoeveelheden geschonken, dus de glazen laten rondgaan is aanbevelenswaardig. Het handigste is om een pintglas te nemen maar halve pints te bestellen, op die manier is het mogelijk het bier rond te walsen om meer geur los te maken. Verder kunnen we ons tegoed doen aan allerlei etenswaren, en boeken, t-shirts en allerlei souveniers aanschaffen. Het festival sluit om 22.30, maar we zijn voor die tijd weg, want langzamerhand behoorlijk moe. Bij aankomst in het hotel blijkt Arjan daar inmiddels gearriveerd, en hij gaat samen met een paar van de groep nog een glas drinken in de pub op de hoek, de anderen duiken er alvast in.

Vrijdagmorgen een bescheiden engels ontbijt (bacon, ei, toast en marmelade), daarna met de metro naar het westen, naar Chiswick, voor een bezoek aan de andere grotere Londense brouwerij, Fuller’s. De rondleiding hier staat op een biertechnisch hoger peil dan gisteren, en wordt gevolgd door een uitgebreide proeverij; de rondleider heeft snel door met “kenners” te maken te hebben en haalt ook nog een paar flesbieren tevoorschijn. Naderhand worden nog diverse zaken aangeschaft in de winkel naast de brouwerij, en we eten vervolgens in de pub op de hoek. Daarna terug naar het dichtstbijzijnde metrostation en even naar de City, om even bij de Houses of Parliament rond te kijken (voor een enkeling is dit het eerste bezoek aan Londen). We gaan vanwege de hitte al snel weer terug naar Olympia, want daar hebben ze air-conditioning (puf, puf, hijg, hijg, zucht van verlichting). Op het festival word ik ook meteen lid van Camra, en koop vervolgens de nodige boeken, allemaal Camra-uitgaven, waar ik nu zoveel korting op krijg dat ik mijn lidmaatschapsgeld er bijna meteen weer uit heb! Ook de andere leden van het gezelschap doen diverse aankopen, die variëren van boeken, via bartowels en pennen, tot potjes biermosterd en overjarige flesbieren. Bij het proeven worden nu ook steeds vaker ciders meegenomen, en later op de avond heb ik even genoeg van al dat tamelijk “platte” spul en koop een fles geuze, waar meerdere personen interesse in blijken te hebben…… . Als we het festival verlaten overvalt de hitte ons als een lauw bad, en de zweetlucht in het metrotreinstel is formidabel! Gelukkig is Earl’s Court maar 1 halte verder…….

Zaterdag ontbijten en inpakken. De tassen kunnen in het hotel blijven. We wandelen een stukje door de wijk en komen uiteindelijk bij het Science Museum, waar in de openlucht (en gelukkig ook in de schaduw) een grote fototentoonstelling is van allerlei bizondere landschappen. We brengen hier de tijd door tot we weer naar Olympia kunnen gaan, waar de laatste proefdag om 12.00 begint. Het is nog tamelijk rustig als we binnenkomen, en we “veroveren” meteen een tafel. Rustig proeven we de laatste bieren en ciders, en slaan nog wat te eten in. Dan terug naar het hotel, bagage ophalen, door naar Victoria station, en per Gatwick Express naar het vliegveld. Daar blijkt onze terugvlucht behoorlijk vertraging te hebben, en we zijn uiteindelijk zo’n twee uur te laat terug op Schiphol, maar niet te laat om nog een trein naar huis te halen, ongeacht eenieders bestemming. Gelukkig is het morgen zondag, hebben we nog een dag om bij te komen.


Bamberg, Keulen en een Bierbörse, mei 2004

Zondag 9 mei reizen we met z’n vijven [Corné, Eugène, Hans, Ido & Jan] via Utrecht – Duisburg – HSL Keulen-Frankfurt – Würzburg naar Bamberg. We verblijven in Brauerei Fässla, een van de in het Frankenland nog veel voorkomende combinaties van café / restaurant / hotel / brouwerij (stokerij en boerderij kunnen er ook deel van uitmaken). Na het inchecken en een kort bezoek aan onze kamers steken we de straat over naar Brauerei Spezial (ook zo’n c/r/h/b) voor een eenvoudige, doch voedzame maaltijd, en lekkere bieren. Op zondagmiddag en -avond is het café-restaurant van Fässla namelijk dicht, maar aangezien Spezial er recht tegenover ligt, is de loopafstand nog geen 25 meter. De (hernieuwde) kennismaking bevalt iedereen goed. Dan een wandeling door de Altstadt, waar we bij Schlenkerla in de buurt komen, en we besluiten om meteen maar aan het Rauchbier te gaan – een verplicht nummer. Van de tap valt het mee, zelfs al zijn de eerste slokken toch het best te omschrijven als vloeibaar gerookt spek!(vetvrij, dat wel.)

Maandagmorgen bezoeken we de Tourist Information, waar enkele rugtassen met als inhoud: “Bamberger Bierschmeckertour” worden aangeschaft. Een behoorlijke rugtas met een vijftal waardebonnen voor een halve liter bier in een van de brouwerijen links of rechts van de Regnitz (links zijn het er dan nog vier, dus je krijgt voor die kant 1 vrije keuze), een gids met plattegrond, een set bierviltjes, en een glazen pul met de logo’s van de negen brouwerijen. Daarna de stad in en wat boekwinkels af; Eugène laat vrijwel in zijn eentje de omzet in de sector bierboeken van diverse winkels de hoogte inschieten. Terug naar het hotel, aankopen op de kamers zetten, en aan het Fässla-bier, plus een stevige maaltijd. Eugène eet niets, of liever gezegd, neemt al zijn voedsel in vloeibare vorm. Dit zal nadien alleen nog bij de serveersters verbazing wekken. Hans en Jan eten des te meer, Corné en Ido doen wat rustiger aan. Dat klopt ook wel met de diverse posturen…… Meteen met Herr Kalb een afspraak gemaakt voor een rondleiding door de brouwerij, de volgende ochtend.
Na de middagmaaltijd wandelen we langs de rechtertak van de rivier de Regnitz, tevens het Main-Donau kanaal (breed en diep, maar weinig schepen) naar de wijk Wunderburg, waar twee brouwerijen vlakbij elkaar gevestigd zijn (wunderbar!). Mahrs is sfeervoller door de oude inrichting, maar qua bieren geven we de voorkeur aan Keesmann. Ze krijgen van iedereen de hoogste beoordelingen. Na wat rondkijken in de Altstadt treffen we elkaar weer in Klosterbräu, voor het avondeten, en weer andere bieren. (Nu neemt E. wel vast voedsel tot zich). Daarna wandelen we de Kaulberg op (Bamberg west van de rivier ligt, als andere steden, op 7 heuvels), waar we bij Greifenklau helaas voor een gesloten deur staan: Ruhetag gewijzigd. Maar verder omlaag is een Tapasbar met nog een paar interessante bieren van brouwerijen uit de omgeving. Tenslotte gaan de “hardliners” nog een paar afzakkers halen in Café Abseits, aan de andere kant van het station, ver buiten het centrum, vandaar de naam. (Abseits = afgelegen)

Dinsdagochtend een volledige brouwerijrondleiding door Herr Kalb, maar wel in sneltreinvaart (circa 10 minuten). Moderne installatie, ongeveer 8 jaar oud, geheel geautomatiseerd. Er worden acht brouwsels per week gemaakt, twee per dag van maandag tot en met donderdag. Alle bieren gisten een week, en lageren er zes. Eigen flessen- en vatenafvulling; het bier in de eigen Gaststätte wordt uit tanks getapt, of uit de fles geschonken.
Na de rondleiding gaat Ido in de stad wat andere dan bier-kultuur opdoen, terwijl de rest per bus naar Memmelsdorf afreist. We eten, en drinken een aantal lekkere bieren bij Brauerei Drei Kronen, en proeven daarna het assortiment van Leicht-Bräu, die jammer genoeg niet meer zelf brouwt. De derde brouwerij, Höhn, heeft helaas Ruhetag. De bieren van Drei Kronen beoordelen we als de beste, met o.a. ook een Rauchbier.
Nog een stukje verder met de (stads)bus brengt ons bij het eindpunt Drosendorf, met Brauerei Göller. Het weer is inmiddels mooi geworden en de Biergarten is open. Görgla-bier van de tap, en nog diverse andere bieren van de fles. Deze brouwer brouwt alleen ondergistende bieren, maar een neef, Göller in Zeil am Main, brouwt de bovengistende bieren(Weizen) en vult alle bieren op fles af. Prettige sfeer, zeer goede bieren.
Aan het eind van de middag gaan we met de bus terug naar Bamberg; na een kort bezoek aan onze kamers door naar de Maisel-Keller, waar Ido zich bij ons voegt en we gezamenlijk eten. Op een gegeven moment enkele felle windvlagen. Iedereen dekt z ijn glas af om de kastanjebloesems eruit te houden. Het onweert ergens in de omgeving. Als we later onderweg zijn naar Greifenklau krijgen we nog een paar spetters mee. Helaas is het bijna donker als we in die Bierkeller plaatsnemen, want het uitzicht moet bij wat meer licht schitterend zijn. [Even tussendoor: In Frankenland is een Keller hetzelfde als wat elders in Beieren een Biergarten heet; men spreekt van Keller omdat ze ontstonden bij de kelders waar vroeger het bier gelagerd werd.] Enkele heren menen zich nu in (sigaren-)rookwolken te moeten hullen, zodat verdere opmerkingen hunnerzijds, in de trant van “Rauchbier” en dergelijke, genegeerd kunnen worden.

Woensdag wordt een treindag. We kunnen namelijk met z’n vijven voor € 22,- een dag in Beieren rondreizen. We gaan eerst naar Neurenberg, waar we (weer zonder Ido) de Altstadt doorkruisen op weg naar Hausbrauerei Altstadthof. Deze schenkt 4 bieren en een Bierbrand, die we kunnen beoordelen middels een proefplankje: 4 x 2 dl plus 1 x 2 cl. Twee bieren worden als goed, twee als wat minder beoordeeld, en de brandewijn is ook de moeite waard. Omdat we op tijd in Kulmbach willen zijn, is er op de terugweg naar het station alleen nog tijd voor een vluggertje in de andere huisbrouwerij, Barfüsser, in de kelders van de Mauthalle. In tegenstelling tot Altstadthof hier een moderne, computergestuurde brouwinstallatie, waarin twee bieren gemaakt worden, een Helles en een Dunkel, beide ongefilterd geserveerd.
We halen net op tijd de trein naar Bayreuth, waar we overstappen en meteen verdergaan naar Kulmbach. We lopen een stuk terug langs de spoorlijn naar het brouwerijmuseum. Dit is gevestigd in een voormalige (grote) brouwerij. Fraaie inrichting, gelikte presentatie. Het circuit eindigt bij de huisbrouwerij, waar glazen brouwketels staan (!), zodat het brouwproces extra goed aanschouwelijk gemaakt kan worden. Helaas zal er pas de volgende dag weer gebrouwen worden, zodat we ons moeten beperken tot het proeven van het eindprodukt, dat goed bevalt. Erna drinken we nog wat in het café-restaurant naast het museum, om vervolgens te gaan eten in de Kulmbacher Kommunbräu, een huisbrouwerij met leuke bieren en goed eten.
Dan slenteren we op ons gemak terug naar het station voor de laatste trein van deze dag, die ons weer in Bamberg terugbrengt. We hebben dan een volledige cirkel, of liever ovaal, door Franken gemaakt. Even langs Fässla om de bagage te dumpen, en door naar Schlenkerla, voor nog een Rauchbier-kuur. We wennen er aan, maar in het algemeen geven we toch de voorkeur aan wat minder sterk gerookte bieren, zoals bijvoorbeeld dat van Spezial of Drei Kronen. Ido gaat dan zijn bed opzoeken, de andere vier gaan nog naar een café waar ze de bieren van St. Georgen-Bräu uit Buttenheim schenken (goedgekeurd). De reisleider houdt het daarna ook voor gezien, maar de overige drie gaan nog even door.

De laatste ochtend in Bamberg gaat iedereen zijn eigen gang. Met drie man eten we in een restaurant op de Michelsberg, en bezoeken daarna met z’n vieren het in hetzelfde (voormalig klooster-)complex gelegen Fränkisches Brauereimuseum. Lang niet zo professioneel (of luxe) van opzet als in Kulmbach, maar zeer de moeite waard. De benen beginnen zo langzamerhand wat vermoeid te raken, dus gaan we met de bus naar Wunderburg, voor een rondje Keesmann. Daarna naar Mahrs voor een rondleiding, die we bij het eerste bezoek hadden geboekt. We sluiten ons aan bij een andere groep en krijgen een zeer uitgebreide rondleiding van zo’n vijf kwartier. De brouwerij is in een ouder gebouw gevestigd, en de brouwzaal is ook niet meer zo nieuw, maar wel al helemaal computergestuurd. De gist- en lagertanks zijn van recenter datum en geheel uitgevoerd in roestvrij staal. De produktie is meer dan het dubbele van Fässla, waarbij vooral het Weizenbier in de lift zit. Eigen flessen- en vatenafvulling, waarna de pallets kratten en vaten naar een bedrijventerrein buiten de stad gaan, waar de distributie is gevestigd. Er wordt veel ’s nachts gebrouwen, ook vanwege de lagere energietarieven. Na de maaltijd bij Mahrs brengen we nog een bezoekje aan Abseits; de avond wordt afgesloten bij Spezial en/of Fässla.

Vrijdagochtend nemen we afscheid van Ido (die blijft nog tot zondag in Franken) en nemen de trein naar Keulen, via Würzburg – Frankfurt – Mainz – Koblenz (langs de Rijn). Ons hotel is in Köln-Deutz, op de rechteroever. Als we geïnstalleerd zijn steken we de Rijn weer over en beginnen onze Kölsch-toer bij de Malzmühle, café-restaurant- brouwerij. Verder brengen we een bezoekje aan de VVV, voor wat folders en info, en gaan diverse andere gelegenheden af, o.a. Früh am Dom, Brauhaus Sion, Peters Brauhaus waar we ook de maaltijd gebruiken, en het Brauhaus in d’r Salzgass waar ze Päffgen-Kölsch schenken.

Zaterdag is het ieder voor zich. Jan reist rond met trein, Schwebebahn (de meer dan een eeuw oude monorail van Wuppertal) en tram, Eugène doet de boekwinkels en antiquariaten, en Hans en Corné bezoeken het Schokolademuseum en beklimmen de domtoren (krijg je dorst van).
’s Avonds treffen we elkaar in het Brauhaus Päffgen in de Friesenstrasse voor de maaltijd en een heleboel glazen Kölsch (er zit ook maar 2 dl in, en als je net Seidla’s (5 dl) gewend bent…..). Daarna naar de Weiss Bräu, waarvan Eugène zich de ligging nog weet te herinneren. Dit is een veel jongere huisbrouwerij, met ook een veel jonger publiek. Eugène en Corné gaan dan nog een andere gelegenheid opzoeken, Hans en Jan gaan alvast terug naar het hotel.

Zondag 16 mei tenslotte gaan we met de trein naar Duisburg, waar de inmiddels aardig zwaar geworden bagage in kluizen wordt opgeborgen, alvorens met de S-bahn naar Essen door te reizen. De Essener Bierbörse vindt plaats in het stadsdeel Steele, op een plein vlakbij het station. Diverse stands zijn al open, hoewel de officiële begintijd volgens affiches 14.00 is. De rest heeft zeker net als wij op het internet gekeken (daar stond 11.00). Het aantal stands is wat kleiner dan vorig jaar in Düsseldorf-Benrath, maar er valt genoeg te proeven. Dat doen we dan ook, maar sommigen doen na de “uitspattingen” van de voorgaande dagen toch iets rustiger aan.
Aan het eind van de middag gaan we terug naar Duisburg om onze spullen weer op te halen en de ICE naar Nederland te nemen. Ido zou daar ook in moeten zitten, maar we zien hem pas vlak voor Utrecht, waar we hem nog net ervan kunnen weerhouden uit te stappen. Wegens werkzaamheden rijden er geen treinen tussen Utrecht en Woerden, dus we rijden door naar Duivendrecht, en bereiken Leiden via Schiphol. Moe maar hopelijk voldaan gaat dan ieder zijns weegs.


Bezoek aan het Great British Beer Festival, Londen 5-7 augustus 2004

De vlucht naar Gatwick gaat nu nog vroeger dan vorig jaar. Dat betekent dat Hans een probleem heeft om op tijd de trein uit Leiden te halen. Corné heeft aangeboden ons allebei weg te brengen met de auto, omdat dat niet zo’n grote omweg is op weg naar zijn werk. Overigens gaat hij daarvoor Hans eerst thuis ophalen… Dus hij heeft nog wat van ons tegoed (bier, wat anders!). Op Schiphol treffen we onze twee medereizigers, Eugène en Martijn. Na de nodige wachttijd een voorspoedige vlucht naar Gatwick, snel door de douane en naar het treinstation. De kaartjes voor de Gatwick-express heeft Hans nu via internet gekocht zodat we niet langs een loket hoeven. Op Victoria station kopen we ieder weer dagkaartjes voor de Underground, daarna nemen we de metro naar Earl’s Court. Hetzelfde hotel als vorig jaar, zelfs een van de kamers blijkt dezelfde (toen met 3, nu met 2 personen bezet).

Eugène en Martijn gaan nu naar Young’s voor een rondleiding, terwijl Hans en ik een aantal pubs met bizondere interieurs (en goed bier) gaan bezoeken. We gaan eerst naar Clerkenwell, naar de Jerusalem Tavern, een pub van de St Peter’s Brewery uit Suffolk. We proeven er de bieren van de tap en nuttigen een goede maaltijd. Menu en bierlijst staan met krijt op borden; het menu is avontuurlijk, maar dat klopt ook wel met de tamelijk extroverte en exuberante kok! Een fraai figuur die een aardige warme hap in elkaar weet te draaien. De bieren zijn de moeite waard; enkele ervan hadden we in Nederland al eens gedronken, maar fles of real ale van de tap is meestal een behoorlijk groot verschil.

Vervolgens naar een ander deel van Londen, Holborn. Hier nemen we een kijkje bij de Cittie of Yorke, met een inderdaad heel bizonder interieur. Daarentegen is de bierlijst niet al te bizonder, dus we gaan na een (half) pint verder naar The princess Louise, ook in Holborn. Het interieur dateert grotendeels van 1891 en is een prachtig voorbeeld van Victoriaanse pub-architectuur. Net als bij de vorige pub is het interieur de trekpleister, niet de bierlijst, dus na een glas gaan we verder richting Covent Garden, voor bezoeken aan The Porter House en de Lamb and Flag. De eerste is het Londense “filiaal” van een kleine keten die haar oorsprong in Dublin heeft. De inrichting is van het type “huisbrouwerij” met aparte elementen in de vormgeving. Overal koper, en overal flessen, om precies te zijn bierflessen. Het eigen bier wordt in Dublin gebouwen, vanzelfsprekend porter, en ook een pale ale. Bizonder interieur, aardig bier, maar naar mijn smaak veel te luide muziek. De Lamb and Flag is daarentegen een tamelijk traditionele pub, een beetje weggestopt en niet direct makkelijk te vinden. Het is er tamelijk druk, maar dat zal al snel het geval zijn want de pub is niet zeer groot. Er is ruimte voor de deur, maar het spettert zo nu en dan dus het meeste volk staat binnen of vlak voor de gevel. Mede door een aardige bierkeuze blijven we hier even wat langer hangen.

Tenslotte gaan we naar The Salisbury (Strand). Deze pub is ook weer zeer het aanzien waard, van buiten maar vooral van binnen. Daar het nu echt begint te regenen hebben we er geen probleem mee om hiet wat meer tijd door te brengen. Als de bui is overgetrokken gaan we naar Olympia, naar het festival. Kaartjes heeft Hans ook alweer geregeld, zodat we bijna direkt door kunnen lopen. Het is al behoorlijk druk, maar daar hebben we vorig jaar al aan kunnen wennen, zodat we toch alles wel weten te vinden. Ondanks de massa mensen hebben we Eugène en Martijn snel gevonden. Dan het bekende schema: eenieder haalt steeds een pint of halfpint van een bier dat hem interessant lijkt, een enkele keer afgewisseld met ’n glas cider (of perry) of een buitenlandse bier. Al te laat maken we het niet, want het is een lange en vermoeiende dag geweest.

Vrijdagmorgen na het ontbijt gaan we gevieren de stad in. Eerste stop is The Black Friar, in de City nabij Blackfriars Station. Van buiten en van binnen het aanzien waard. We proeven de beschikbare bieren, aan een tafeltje buiten, in de schaduw. Daarna slenteren we nog wat rond, nemen uiteindelijk weer de metro en gaan naar de oever van de Theems, naar The Dove, Hammersmith. Na een biertje wandelen we verder langs de rivieroever naar The Blue Anchor. Hier eten we (en drinken daar vanzelfsprekend bier bij), waarna we op ons gemak (het is op z’n zachtst gezegd tamelijk warm) naar Olympia gaan. Daar is het nu nog niet zo druk dus kunnen we zitplaatsen regelen. De koelte van de airco is ook zeer welkom. We gaan verder met proeven, kopen boeken en andere zaken, eten tussendoor een hapje etcetera. Ik verleng ter plaatse meteen mijn Camra-lidmaatschap. We komen nog enkele engelse, nederlandse en belgische kennissen tegen. Niet al te laat weer terug naar het hotel.

Zaterdagmorgen gaat Martijn de stad in, hij heeft nu wel genoeg bier geproefd en vindt het tijd voor wat andere kultuur. Eugène wil nog kijken naar wat boeken, Hans en ik maken nog een wandelingetje, reizen nog een stukje met de metro, en daarna voor de laatste keer naar Olympia. Daar treffen we weer enkele engelse kennissen en gezamenlijk zetten we ons aan een tafeltje, waar Eugène zich ook bij het gezelschap voegt. De laatse ronde bieren, laatste inkopen. Dit is de slotdag van het festival en heel wat bieren en ciders zijn al op.
Tenslotte gaan we in de loop van de middag terug naar het hotel om onze bagage op te halen, Martijn wacht daar al op ons. Dan terug naar Victoria en met de trein naar Gatwick. De wachttijd valt dit keer gelukkig mee en redelijk op tijd zijn we weer op Schiphol. Nog een stukje met de trein en dit uitstapje zit er weer op.

Nadere informatie omtrent enkele van de genoemde pubs is te vinden op de Camra-website, onder Historic Pub Interiors, Greater London.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: